Zout onder mijn huid - het boek waar ik mijn eigen waarheid durf te zeggen
Zout onder mijn huid – mijn levensroman in wording
ZOUT ONDER MIJN HUID
De zee spoelt alles schoon… behalve het verleden.
Zout onder mijn huid is een meeslepende roman over liefde, verlies en de moed om opnieuw te beginnen.
Vanaf het prille begin volgt de lezer een vrouw die haar weg zoekt door herinneringen die blijven nazinderen — momenten die zich vastzetten onder de huid. Van haar jeugd tot de vrouw die ze vandaag is: kwetsbaar, krachtig en onvergetelijk.
Een nieuw leven aan zee biedt hoop, liefde en warmte. Maar sommige geheimen sluimeren nog steeds, fluisterend onder de oppervlakte.
Een roman over heling, thuiskomen, en de wonden die ons vormen — en nooit helemaal loslaten.
De Haan, 21 september 2025
Terwijl Anthony nog sliep na een nacht in de Zeehaven, liep ik van de zee weg en bleef even staan bij het stationnetje in De Haan. Hetzelfde stationnetje dat ooit de cover van mijn eerste boek, Ik leef wie ik ben, sierde. Ik plofte op het bankje en voelde het hout koel en vertrouwd onder mijn handen, alsof het al mijn eerste woorden, twijfels en stille overwinningen had bewaard.
De mistige ochtendlucht kringelde tussen de duinen, zacht en zilverachtig. De geur van het spoor mengde zich met het zilte water van de zee, en een bries streek langs mijn gezicht, licht en scherp tegelijk. Het gerinkel van de trein klonk ver weg, ritmisch en rustig. Voor een moment leek de tijd stil te staan. Alles voelde vertrouwd. Alles voelde als thuiskomen.
Ik dacht aan vroeger – hoe luid het leven was, hoe elke dag een gevecht leek, en hoe woorden soms mijn enige toevlucht waren. Het stationnetje, het bankje, de rails – alles leek iets te weten wat ik nog moest ontdekken. Alles fluisterde zacht: je bent hier, maar er wacht nog meer.
Herinneringen en nieuwe verlangens spoelden door me heen. De horizon leek iets geheimzinnig te beloven: een pad dat ik nog niet kende, maar dat me zachtjes terugbracht naar mezelf. De mist kringelde om me heen, licht en mysterieus, en het spoor leek mijn ademhaling te volgen, steeds verder, steeds dieper.
Ik nam het moment in me op: het geluid van de zee, het ritmische gerinkel van de trein, de zilte lucht die langs mijn gezicht streek. Alles voelde als een uitnodiging om te schrijven, om te herinneren, om te voelen. Het kind in mij knikte stilletjes; ze zat naast me op het bankje, glimlachend, aanwezig in elk moment dat ik bewust inademde.
Het stationnetje, het bankje, de rails — het leek allemaal een fluistering van het verleden en van wat nog kon komen. Ik sloot mijn ogen en liet de herinneringen voorbij spoelen: de eerste woorden die ik schreef, de momenten dat ik me alleen voelde, de kleine overwinningen die niemand zag maar die me stiekem sterker maakten.
Ergens voelde ik een stille erkenning: ik hoefde niet te bewegen om vooruit te komen. Vooruitgang zat in het waarnemen, het voelen, het doorleven van mezelf. Het pad lag open, niet buiten, maar in mezelf, in de verbinding tussen het kind dat ik altijd was en de vrouw die ik nu ben.
Ik ademde diep in en voelde een rustige warmte door mijn lichaam stromen. Alles wat ik ooit had ingeslikt of vergeten, leek terug te komen — niet als een last, maar als een bron van kracht en inspiratie. Het kind in mij glimlachte, keek om zich heen, zag het licht dat door de mist brak, en leek te zeggen: je bent niet meer alleen. Ik ben bij je.
Met deze woorden voelde ik, voor het eerst echt, dat ik welkom was.
Mijn leven begon in stilte, in sneeuw, in licht.
Ik wist nog niets, maar alles voelde als een uitnodiging:
kom, ontdek, leef.
Wat ik later zou leren, is dat mijn eerste verhaal niet door mij werd geschreven, maar door twee mensen die mij al liefhadden voordat ze mij ooit hadden gezien.
Twee stemmen die mijn begin tekenden en mijn bestaan droegen.
Bedankt mama en papa omdat jullie die stemmen zijn.
Voor de brieven aan mij gericht.
Dit is waar mijn verhaal begint.
Niet bij herinneringen, maar bij woorden die voor mij bewaard werden.
Bij het bewijs dat ik welkom was, vanaf het allereerste moment.
Els
BRIEF VAN MAMA
19 februari 1971
Liefste kind,
Vandaag ben jij geboren. Alles leek stil te vallen toen jij kwam, alsof de wereld even haar adem inhield om jou te laten binnenkomen. Buiten dwarrelde de sneeuw zacht, en in die stilte leek iets te fluisteren: hier begint iets nieuws.
Toen ik je voor het eerst in mijn armen hield, voelde ik een verwondering die woorden niet konden vatten. Je was klein, stil, maar in jou lag iets groots, iets dat verder reikte dan dit moment. Alsof je een stukje van een groter geheim meedroeg.
Ik keek naar je papa, die naast me stond.
“Ze is klein,” fluisterde hij bijna onverstaanbaar.
Maar zijn ogen spraken: iets nieuws was begonnen, een wereld die wij nog niet konden bevatten.
Je zus keek nieuwsgierig toe.
“Mag ik haar aanraken?” vroeg ze zacht.
“Voorzichtig,” zei ik, “ze is nog heel klein.”
Haar handje raakte jouw zachte armpje, en ik zag hoe de eerste vonk van liefde ontstond – tussen zus en zusje, in een kamer die even tijdloos aanvoelde.
Jij was hier.
En wij waren erbij.
Mama
BRIEF VAN PAPA
19 februari 1971
Lieve kleine meid, Vandaag werd zij geboren.
Eerlijk gezegd had ik gehoopt op een jongetje, een zoon die Jan zou heten.
En toen zag ik jou.
Stil en klein, maar met iets in je helderblauwe ogen dat me meteen raakte. Alsof je precies wist dat ik je zou moeten beschermen, dat ik van jou zou moeten houden, ongeacht alles wat ik verwacht had.
Ik keek naar mama, naar je zus, en ik wist: dit is ons begin.
Jij hoort hier.
Je brengt iets mee dat groter is dan wij begrijpen.
Er was iets mysterieus in jouw aanwezigheid, iets dat me aantrok en tegelijk vroeg:
Wie zal jij worden? Welke weg zal je gaan?
Ik voelde dat jouw leven een verhaal zou worden dat wij nog niet konden bevatten. Een draad die zich langzaam zou ontvouwen, net als de sneeuw buiten die zachtjes viel.
Papa
19 feb 2026 08:54
Zout onder mijn huid – mijn levensroman in wording
28 jan 2026 06:49
Er zijn gesprekken die ik me niet herinner om wat er gezegd werd,
6 jan 2026 09:24
Wanneer een boek zijn eigen naam vraagt Tijdens het schrijven gebeurt er soms iets onverwachts. Niet met de woorden zelf, maar met wat ze beginnen te dragen. Wat lange tijd Zout waar de zee me bracht heet, voelt nu niet meer helemaal passend. Ze hoort bij de plek waar het verhaal ontstaat: bij de zee, bij beweging, bij onderweg zijn. Maar terwijl ik verder schrijf, verschuift iets. Het verhaal gaat minder over waar ik aankom, en steeds meer over wat altijd al in mij aanwezig is. Over wat ik meedraag, lang voordat ik het kan benoemen. Over voelen en weten als iets lichamelijks, iets dat zich niet laat uitleggen maar wel laat herkennen. Gaandeweg voel ik dat de titel niet langer buiten mij mag blijven. Ze moet dichterbij komen. Onder de huid. Zo krijgt het boek een nieuwe naam: Zout onder mijn huid. Het is geen breuk met wat er was, maar een verdieping. Een titel die het verhaal volgt zoals het zich nu toont, niet zoals het begon. En zoals bij alles in dit schrijfproces, laat ik ook dit ontstaan door te luisteren — naar de tekst, naar het lichaam, naar wat zich stilaan aandient.
2 jan 2026 15:43
De ochtend is nog jong. Ik zit bij het raam, het notitieboek open voor me. De geur van verse thee kringelt in de kamer, de zee schuift traag voorbij, alsof ze mijn gedachten zachtjes begeleidt. Het ritme van de golven voelt als een uitnodiging: schrijf, volg je verhaal, wees stil en luister.